Schildpadden
Te land, ter zee, maar niet...
| De eerste schildpad waarmee mensen meestal als kind in aanraking komen, is Stoffel de Schildpad uit de Fabeltjeskrant. Dit trage, zielige dier bepaalt voor veel mensen het beeld dat zij hebben van schildpadden. Gelukkig zijn de schildpadden in Blijdorp heel anders! | Galapagos-schildpadden |
| Zeeschildpadden | |
| Soepschildpadden | |
| Karetschildpadden | |
| Bijtschildpadden |
Schildpadden vormen een groep van dieren, die al ongeveer 300 miljoen jaar geleden is ontstaan. Het lichaam van een schildpad wordt omsloten door een pantser, bestaande uit beenplaten, die tot een soort harnas zijn vergroeid; het zogenaamde schild. Het is mogelijk schildpadden o.a. aan de hand van dit schild te classificeren.
Wetenschappers verdelen schildpadden in twee groepen, en wel naar de manier waarop ze
hun hals onder het schild intrekken: halsbergers en halswenders. Je moet er maar
opkomen! In totaal bestaan er 220 soorten schildpadden.
Het schild belemmert de ademhaling van een schildpad. De longen kunnen weinig uitzetten bij het inademen. Om de zuurstof zo goed mogelijk te gebruiken, laten sommige schildpadsoorten de lucht van de ene naar de andere long circuleren. Andere soorten (waaronder zeeschildpadden) kunnen ook zuurstof opnemen via de slijmvliezen van de keel en de cloaca (het geslachts- en uitwerpselenorgaan).
|
Galapagos-schildpadden |
top
|
De Galapagos-eilanden liggen 1500 kilometer voor de kust van Ecuador. Er leeft één van de grootste soorten schildpadden ter wereld en deze kon ontstaan omdat er geen natuurlijke vijanden leefden. De bedreiging van deze soort begon in 1535 met de ontdekking van de Galapagos-eilanden door de Spanjaarden. De grote aantallen schildpadden, die toen nog op de eilanden voorkwamen, vormden een ideale voedselbron voor de bemanningen van schepen. De schildpadden werden vaak meegenomen op de schepen als levende voorraad. Zij konden maanden in leven blijven zonder al te veel voeding en zo dienen als vers vlees. Al in 1835 ontdekte Darwin op zijn tocht rond de wereld, dat het aantal schildpadden op de Galapagos-eilanden fors was teruggelopen.
De ondersoorten van de Galapagos-schildpad zijn verdeeld over de verschillende eilanden. De kleine verschillen tussen de ondersoorten waren mede de aanleiding voor Darwin en navolgelingen voor het opstellen van de evolutietheorie. De meest welvarende populatie op de Galapagos-eilanden is te vinden op het eiland Santa Cruz. De schildpad van dit eiland kan uitgroeien tot een reus van 300 kilo en een lengte van een meter en twintig centimeter! Het is dan ook niet zo verwonderlijk, dat zij graag in het water leven, want daar hebben ze minder last hebben van het zware schild. Op het eiland lopen uitgesleten paden, waarover deze schildpadden zich al duizenden jaren verplaatsen van drinkplaats naar drinkplaats.
De paring vindt plaats op het droge. Het vrouwtje legt de eieren in een gat, dat ze
zelf heeft gegraven. Ze stampt het dichtgegooide gat aan met haar schild. Door de
zonnewarmte droogt de grond op het nest uit en wordt keihard. Alleen bij regen zijn de
jongen in staat het nest te verlaten. Als het te lang niet regent, stikken zij.
In Blijdorp zijn de Galapagos-schildpadden te vinden op de plaats waar vroeger de stokstaartjes zaten. Ze zijn geboren in Zürich en nu nog heel erg klein. Schildpadden kunnen natuurlijk niet springen, hoewel het twee meter hoge hek rond het verblijf op het eerste gezicht anders doet vermoeden. Het hek is echter zo hoog om ongewenste indringers buiten te houden.
|
Zeeschildpadden |
top
|
Zeeschildpadden hebben zich helemaal aangepast aan het leven in zee. Ze onderscheiden
zich van de landschildpadden of schildpadden die in zoet water leven door een lichter
pantser en tot zwempoten omgebouwde ledematen. Zeeschildpadden bewegen zich voort met
behulp van hun voorpoten, de achterpoten worden voornamelijk gebruikt als roer. Op het
land zijn zeeschildpadden zeer onhandig. Ze schuiven op hun buik over het zand. De
soorten, die in volle zee leven, leggen al zwemmend grote afstanden af, gracieus zwevend
door het water als een vogel door de lucht. Zeeschildpadden komen alleen aan land om
eieren te leggen, op de plaats waar ze zelf geboren zijn. Blijdorp heeft op het moment
twee soorten zeeschildpadden: een soepschildpad en een echte karetschildpad.
|
Soepschildpadden |
top
|
Soepschildpadden komen voor in tropische en subtropische zeeën. Hun voedsel bestaat uit zeegrassen, wieren, weekdieren en kreeftachtigen. Veel onderzoek is verricht aan soepschildpadden, die voorkomen voor de kust van Brazilië. Kort voor de paartijd gaan dieren van deze kust naar twee verschillende eilanden: Costa Rica of Ascension, afhankelijk van waar zij zelf geboren zijn. Hierbij leggen zij tot 3000 km af. Hoe ze zich oriënteren is niet bekend. Ze paren voor de kust en de vrouwtjes leggen de eieren op het strand, in een met de achterpoten gegraven gat. Na het leggen wordt het gat zorgvuldig dichtgemaakt en keren de vrouwtjes terug naar zee. Enkele dagen later keren zij terug om weer eieren te leggen. Door de eieren te spreiden over meerdere plaatsen, verkleinen ze het risico, dat een legsel in zijn geheel door een roofdier wordt opgegeten.
De jongen in een legsel komen tegelijkertijd uit het ei, graven zich uit en kruipen naar zee. Hierbij lopen zij groot gevaar om door allerlei dieren gepakt en gegeten te worden. Naast de natuurlijke vijanden, worden soepschildpadden vooral bedreigd door de mens. Deze eet de eieren en bovendien wordt het vlees al eeuwen als een delicatesse gezien en verwerkt in onder andere schildpadsoep.
|
Karetschildpadden |
top
|
De echte karetschildpad komt voor in tropische gebieden. Het dier voedt zich vooral met vissen. Ook kwallen worden gegeten, bijvoorbeeld het voor de mens giftige Portugese oorlogsschip. Door dit voedsel heeft het vlees een vrij specifieke vissmaak en, door het eten van die giftige kwallen, kan het soms voor mensen ziekmakend zijn. De echte karetschildpad wordt daarom nauwelijks gegeten, maar de soort wordt wel bedreigd door de grote vraag naar schildpadartikelen. De voortplanting van deze soort is ongeveer gelijk aan die van de soepschildpad.
Zowel de soepschildpad als de echte karetschildpad hebben nu alleen maar gezelschap van
elkaar, maar het is de bedoeling dat beide soorten (of een van beiden) in het Oceanium in
een groep gehouden worden, want Blijdorp wil er natuurlijk mee proberen te fokken. Met het
steeds voller worden van deze aarde lopen schildpadden dan ook de kans om uit te sterven.
Daarom is het maar goed dat Blijdorp steeds meer aandacht aan schildpadden gaat schenken.
Want een schildpad is wel langzaam, maar zeker niet saai!
tekst: Gerhard Tijssen
foto's: Peter Stolk
foto karetschildpad: Pieter van der Goten
uit: Vriendennieuws 974 - december 1997
|
Amerikaanse bijtschildpadden A turtle with a bite! |
top
|
Nog een vertegenwoordiger van de reptielen is de bijtschildpad (Chelydridae). Deze Amerikaanse schildpadden doen hun naam eer aan; men dient ze zeer voorzichtig aan te pakken! Een volwassen exemplaar kan bijvoorbeeld een hand lelijk toetakelen. Onder deze familie van de schildpadden vallen een tweetal soorten; de gewone bijtschildpad (Chelydra serpentina) en de gier- of alligatorschildpad (Macroclemys temminckii). Van de gewone bijtschildpad worden een viertal ondersoorten onderscheiden.
Massief gebouwd
Bijtschildpadden zijn massief gebouwd, ze hebben grote koppen en ledematen die niet
onder hun schild verborgen kunnen worden. Het schild kan bij de gewone bijtschildpad
uitgroeien tot een lengte van 40 centimeter en een gewicht bereiken van 22,5 kilo. De
staart is half zo lang als het schild en is aan de bovenkant bedekt met een rij
pantserplaatjes die wel iets van een kam heeft. Aan de poten heeft hij rudimentaire
zwemvliezen (bijna niets dus) en sterke nagels. De huid is groenachtig en het schild is
vaak met groene algen begroeid. De onderkant van het schild is klein en vormt een kruis,
zodat er ruimte ontstaat voor de ledematen tussen de poten van het kruis.
De gewone bijtschildpad komt voor in de oostelijke helft van de VS. De andere soort: de gier- of alligatorschildpad komt slechts voor in het gebied van Illinois tot Texas en oostelijk tot Florida. De gier- of alligatorschildpad is een van de grootste zoetwaterschildpadden en kan wel 90 kilo zwaar worden. De schilden kunnen ruim 90 centimeter lang worden en vertonen drie scherpe lengterichels. In tegenstelling tot de gewone bijtschildpad staan zijn ogen aan de zijkant van de kop. De alligatorschildpad is meer aan het water gebonden dan de gewone bijtschildpad.
Eten en gegeten worden
De gewone bijtschildpad maakt ijverig jacht op zijn voedsel, dat bestaat uit planten,
aas, insekten, vissen, kikkers, jonge eenden en jonge bisamratten. Levende prooi wordt met
een snelle kopstoot en een hap van de kaken overmeesterd en vervolgens met bek en klauwen
uiteengereten.
De alligatorschildpad heeft daarentegen een bijzondere manier van voedsel verzamelen. Hij ligt meestal stil in het water, half ingegraven in de modder en gecamoufleerd door de algbegroeiing op zijn rug te wachten op zijn voedsel. Zijn voedsel bestaat voornamelijk uit vis. Hij lokt de vis met zijn tong. Zijn tong heeft aan het uiteinde twee aanhangsels, die op wormen lijken wanneer hij zijn tong beweegt. Deze aanhangsels lokken de vis, waarna de schildpad kan toebijten. Het spreekt voor zich dat deze truc niet opgaat bij het vangen van bijvoorbeeld jonge eendjes. Zoals de gewone bijtschildpad eet de alligatorschildpad ook aas, wat hij opspoort met behulp van zijn goede reukvermogen. Op zijn beurt wordt de alligatorschildpad door de mens gegeten. Hierdoor is deze soort nu zelfs een bedreigde soort.
Spoorzoekende schildpad
De woeste en dubieuze reputatie van de bijtschildpadden, in het bijzonder die van de
alligatorschildpad wordt geïllustreerd met onderstaand verhaaltje. De gewoonte van
bijtschildpadden om aas te vreten heeft er in 1920 toe geleid dat er één dienst heeft
gedaan als een efficiënte, maar griezelige bloedhond. Er waren toen een aantal mensen
vermoord en de dader had de lijken laten zinken in een modderig meer. De politie wist wel
dat de lijken in het meer moesten liggen, maar al hun naspeuringen waren tevergeefs, tot
een oude indiaan zijn diensten aanbood. Het kostte hem slechts een paar uur om alle lijken
te vinden. Hij liet een grote bijtschildpad los aan een lange lijn. Liep de lijn op een
moment niet verder af, dan peddelde de Indiaan naar de plek waar de schildpad zich ophield
en zich tegoed deed aan een lijk.
Bijtschildpadden in Blijdorp
In Blijdorp worden alligatorschildpadden gehouden. Zij zijn voor de meeste bezoekers
onopvallend gehuisvest in de Rivièrahal naast de pantserkrokodillen, in het oude verblijf
van de Chinese alligators. Voorheen waren zij gehuisvest in het terrarium tegenover de
binnenstal van de giraffen. Hier zaten de schildpadden te dicht op elkaar, bovendien waren
er scherpe betonnen randen in het bassin, zodat de schildpadden vaak gewond raakten. Nadat
de schildpadden overgeplaatst waren naar hun huidige verblijf bleven zij nog lang dicht op
elkaar zitten en pas na een aantal jaren maakten zij gebruik van hun grotere verblijf. Op
zich is dit niet verwonderlijk omdat zij in de natuur ook vaak langdurig stil op één
plaats liggen te wachten op hun voedsel, zoals eerder beschreven.
Alligatorschildpadden zijn in Blijdorp aanwezig sinds 1984. Toen kreeg de Diergaarde drie in beslag genomen exemplaren, twee mannetjes en één vrouwtje. Zij waren toen ongeveer vijftien tot twintig centimeter groot. Aanvankelijk werden zij gevoed met levende goudvissen. Dit was niet zo praktisch zodat vervolgens ook dode vis aangeboden werd, naast de levende vis. Nu krijgen zij alleen dood materiaal, bestaand uit zoetwatervis, soms zoutwatervis en soms ook een muis of een halve rat. Voor de verzorgers is het risico op beten klein als de schildpadden van achter worden beetgepakt.
In de hal waar de schildpadden zitten is een per jaargetijde wisselende daglengte en een wisselende temperatuur, net als in hun natuurlijke leefomgeving. In de winter worden de dagen korter en de temperatuur lager. De schildpadden eten niet of nauwelijks in het winterseizoen.
Wormvormige aanhangsels
Ongeveer drie jaar geleden kwam nog een vrouwtje uit de Reptielen Zoo Iguana in
Vlissingen. Bij dit exemplaar ontbreken de wormvormige aanhangsels aan de tong. In
Vlissingen was dit exemplaar steeds met een pincet gevoerd, omdat men dacht dat ze anders
niet zou eten. In Blijdorp at de schildpad al snel als zijn soortgenoten zonder dat dit
aangereikt werd. Op dit moment zijn dus twee koppels aanwezig. Paringen zijn al
gesignaleerd. Nu maar wachten op eventuele nakomelingen. Interessant is dat het vrouwtje
van de alligatorschildpadden om de twee jaar eieren kan produceren. Bovendien is het
vrouwtje in staat om sperma enkele jaren in haar lichaam op te slaan, zodat jaren na een
paring bevruchte eieren gelegd kunnen worden.
Zoals eerder aangegeven is de alligatorschildpad op dit moment bedreigd. Blijdorp neemt daarom deel aan een stamboek van de Duitse reptielenvereniging DGHT samen met onder andere dierentuinen in Frankfurt en Berlijn. De toekomst van deze soort in Blijdorp is nog onduidelijk. Het Everglades deel van het Oceanium deel komt pas over enige tijd. Bovendien moet de Rivièrahal opgeknapt worden en zal de reptielencollectie verkleind moeten worden. De auteur hoopt dat u na het lezen van dit artikel met meer interesse naar deze soort kijkt. Blijdorp heeft een grote reptielencollectie en het loont zeker de moeite hier naar te komen kijken.
tekst: Gerhard Tijssen
met dank aan: Henk Zwartepoorte, reptielenpost Blijdorp